in 't Wasdom

Toegang tot kennis

Archive for the ‘betrouwbaarheid’ Category

februari 10th, 2020 by Jaap de Jong

Betrouwbare bronnen

Betrouwbare bronnen: hoe beoordeel je dat?

“Wanneer is een bron eigenlijk betrouwbaar?” schreeuwt iemand hier op het lege marktplein. Kunt u daar iets over zeggen? Dat kan en het is gemakkelijker. Er zijn drie soorten criteria: formele, inhoudelijke en vormeisen.

Formele criteria

  • auteur – zonder auteur stelt niemand zich verantwoordelijk voor de inhoud, een organisatie opvoeren is in principe al een zwaktebod. Zeker als er een beter alternatief voorhanden is.
  • publicatiedatum – zonder publicatiedatum geen zicht op de nieuwste inzichten, ontwikkelingen en meer recente publicaties.
  • titelgegevens – zonder of met incomplete gegevens geen zicht op het type bron (is het bijv. een journal, boek, bundel, thesis, webpagina?)
  • vindplaatsgegevens – zonder (stabiele) vindplaatsgegevens is er door anderen geen controle mogelijk (denk aan instabiele webpagina’s die plots verdwenen of veranderd zijn).

Conclusie: een bruikbare bron bevat gegevens over de auteur, publicatiedatum, titel en de (stabiele) vindplaats. Die gegevens zijn ook nodig voor het opmaken in de gekozen stijl (bijv. APA-style). Als de bron bruikbaar is, dan is die bron nog niet persé betrouwbaar. Er zijn aanvullende criteria.

Inhoudelijke criteria

  • gezaghebbend (dus argumentatief sterk) op basis van inhoud – de bron is afkomstig uit het kennisdomein of vakgebied (vakliteratuur/tijdschriften, databanken, papieren uitgaven (boeken, bundels, thesis, journals).
  • De bron is bij voorkeur door vakgenoten beoordeeld (peer reviewed).

Vormeisen

  • er is een officiële referentiestijl gebruikt (APA, Cambridge, Harvard etc.) en die is volgens de richtlijnen van de stijl ingevoerd.
  • de bibliografie is gevarieerd qua type bron (journals/artikelen, thesis, boeken of bundels, géén instabiele webpagina’s).

De inhoudelijke criteria zijn natuurlijk het belangrijkst. Dat te kunnen beoordelen is een kwestie van ervaring en tijd. In elk geval voldoet een (in beginsel) betrouwbare bron altijd aan de formele criteria en de eisen qua vorm.


Lees dit blog om effectief te zoeken naar betrouwbare bronnen: zoeken in databanken. Of zoek met Laelaps naar betrouwbare bronnen en sla de resultaten direct op in een bolasproject (opslaan vlg. APA-richtlijnen).

Meer weten over de Laelaps? Bekijk deze reeks met blogs over de achtergrond van Laelaps.

januari 10th, 2020 by Renske ter Avest

Het opzetten van een gevarieerde en betrouwbare bronnenlijst

Een vorig blog ging over betrouwbare bronnen. In dat blog is onderscheid gemaakt tussen inhoudelijke en formele eisen (aanwezigheid auteur, publicatiedatum, gegevens over titel & vindplaats). Daarnaast is opgemerkt dat je voldoende gegevens moet hebben om de bibliografie volgens de gekozen stijl (bijv. APA-richtlijnen) op te maken (vormeisen). In dit blog gaan we verder in op de kwaliteit van de bibliografie of bronnenlijst.

De kwaliteit van bibliografie (of bronnenlijst) blijkt – naast het gebruik van betrouwbare (en stabiele) bronnen – ook uit de diversiteit van de bronnen. Zijn er bijv. verschillende soorten of type bronnen (bijv. krant, tijdschrift, journal, boek) gebruikt of worden er alleen (instabiele) internetbronnen gebruikt? Welke type bronnen zijn er precies gebruikt en geeft de bibliografie dit correct weer? Met andere woorden: kun je uit de bibliografie opmaken om welk type bron het gaat?

Natuurlijk is je vraagstelling richtinggevend bij de selectie van bronnen. Ben je bijvoorbeeld geïnteresseerd in de ontvangst van de film Modern Times (1936) van Charlie Chaplin in Amerikaanse en Nederlandse recensies, dan is het ietwat merkwaardig als er geen krantenartikelen zijn opgenomen in je bronnenlijst.

Hieronder een voorbeeld van enkele bronnen uit de bibliografie van een dissertatie. Het gaat om vier verschillende type bronnen. Welke?

Baarda, B. et al. (2017). Basisboek kwalitatief onderzoek: handleiding voor het opzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek. Groningen: Wolters Noordhoff.

Barnhill, J.J. (2011). Giving meaning to grief: The role of rituals and stories in coping with sudden family loss (phd thesis University of South Florida). Tampa, Florida: USF.

Behrend, C. (2017). Interview with ritual artist Ida van der Lee. In J. Gordon-Lennox (red.), Emerging ritual in secular societies: a transdisciplinary conversation (pp. 232-245). London: Jessica Kingsley Publishers.

Deflem, M. (1991). Ritual, anti-structure, and religion: a discussion of Victor Turner’s processual symbolic analysis. Journal for the Scientific Study of Religion, 30(1), 1-25. doi:10.2307/1387146

Iemand die de hier gebruikte referentiestijl (APA-style) kent, ziet in één oogopslag dat het om vier verschillende type bronnen gaat, resp. een boek, PhD-thesis, artikel uit bundel en een artikel uit een journal.

Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de vier bronnen en welke informatie heb je nodig om het type bron bepalen?

De overeenkomst is dat bronnen moeten voldoen aan de formele eisen, d.w.z. compleetheid wat betreft: auteur(s), publicatiedatum, titel- en (stabiele) vindplaatsgegevens. De weergave (vormeisen) is bij ieder type bron anders. Los van dit laatste zijn er uiteraard ook verschillen in vormgeving tussen de referentiestijlen (APA, Harvard, Cambridge etc.).

Uit een correcte bibliografie kun je opmaken tot welk type de weergegeven bron behoort. Dat geeft ook helderheid wat betreft de variatie en kwaliteit van de bronnenlijst. Het bepalen van het type bron is het thema van een aantal volgende blogs! [wordt vervolgd]


Bolas ontwikkelde een eigen tool voor het opslaan van verschillende soorten (type) bronnen volgens de APA-stijl. Je kunt deze tool gebruiken op de overzichtspagina met eerder opgeslagen projectbronnen.

Klik op de overzichtspagina op REF (rode pictogram), kies het correcte type bron en vul de ontbrekende gegevens aan. Je bent klaar als alle noodzakelijke velden bij het gekozen type bron zijn ingevuld. Dan wordt het rode REF pictogram groen.

januari 3rd, 2020 by Jaap de Jong

Validiteit en betrouwbaarheid

Over beide begrippen (betrouwbaarheid & validiteit) is veel te zeggen. Niet zelden haalt men ze door elkaar. Ik beperk me hier tot de validiteit. Dat begrip draait om de vraag: meet je wat je wil weten? Validiteit heeft betrekking op het gebruikte instrument (bijv. analyseschema, interviewprotocol, observatieschema, experiment).  Je kunt de validiteit van het onderzoeksinstrument vergroten door:

  • gebruik te maken van een bestaand en goedgekeurd instrument;
  • het instrument voor feedback voor te leggen aan experts, deskundigen en/of vakgenoten en het daarna meer definitief vast te leggen;
  • enkele proefwaarnemingen uitvoeren en het instrument vervolgens bijstellen.

Het is van belang dit proces van validisering goed vast te leggen zodat je je werkwijze achteraf goed kunt verantwoorden.

Wanneer je gebruik maakt van een valide instrument betekent dit nog niet dat resultaten ook extern valide zijn. Om te kunnen beoordelen of de resultaten ook buiten de specifieke onderzochte situatie gelden, moet je de factoren (en randvoorwaarden) goed in kaart brengen. Die beïnvloeden namelijk de resultaten. Pas als dit het geval is – de contexten vergelijkbaar zijn – kun je zeggen dat een onderzoek (onder die voorwaarden) waarschijnlijk ook extern valide is.

Een volgend blog zal gaan over betrouwbaarheid in relatie tot de validiteit. De betrouwbaarheid heeft te maken met de herhaalbaarheid en, de uitvoering (persoon en proces) en de betrokken aantallen: (1) is het onderzoek exact herhaalbaar en levert het onderzoek bij herhaling dezelfde resultaten op? (2) staan de metingen los van de uitvoerder? (3) in welke mate werkt de omgeving/proces verstorend op de resultaten? Zijn de betrokken aantallen groot genoeg om iets zinnigs te kunnen zeggen over de populatie? (4).

Er zijn vier mogelijke posities als het gaat om validiteit en betrouwbaarheid: valide – betrouwbaar (1) – invalide – onbetrouwbaar (2) – valide – onbetrouwbaar (3) – invalide – “betrouwbaar”(4).

Een kanttekening: in actieonderzoek – waarin men juist een verandering beoogt – gelden aanvullende eisen/criteria en wordt betrouwbaarheid (in de zin van exacte herhaalbaarheid) enigszins gerelativeerd.

Blijft dat precisie in beschrijving van de werkwijze  – net zoals in de natuurwetenschappen – ook in de sociale wetenschappen (en geesteswetenschap) heel belangrijk is.